GevelstenensEptEm 7045

Technische informatie

Kleur omschrijving
De kleur is lichtgrijs genuanceerd tot in de massa
Afmeting (L x B x H)
ca. 225x73x54 mm (LxBxH)
Aantal / m² met een traditionele voeg
64
Aantal / m² met een dunne voeg
72

Verwerkingstips

Uitzettingsvoegen

Uitzettingsvoegen (bewegings- of dilatatievoegen) zijn voegen in het straatwerk die bedoeld zijn om hygrometrische en thermische schommelingen op te vangen. Onder invloed van een verhoging van de vochtigheidsgraad en/of temperatuur kunnen de materialen in het straatwerk, straatsteen en voegvulling uitzetten en onder drukspanning komen te staan. Onder invloed van een verlaging van de vochtigheidsgraad en/of temperatuur zal het straatwerk krimpen en zullen er trekspanningen ontstaan die kunnen worden opgevangen door het inbrengen van dilatatievoegen. Dit kan door de ontwerper worden uitgewerkt in een dilatatieplan.

Het dilatatieplan wordt opgesteld door de architect of studiebureau waarin de afstanden en positie van de uitzettingsvoegen bepaald worden, rekening houdende met volgende kenmerken:

  • Type en kleur van de steen
  • Type voeg en verband
  • Type voegvulling
  • Temperatuur bij uitvoering
  • Specifieke bouwdetails: o.a. positie van de gebouwen, muren, zitbanken, palen, lantaarnpalen, combinaties met andere materialen, rollagen, molgoten, opsluitbanden, onderbrekingen in de verharding, regen- en waterafvoer.

 

Indien de kleiklinkers los tegen elkaar aan geplaatst worden, wordt door hun typische vorm een gemiddelde voegbreedte van 2-3 mm aangehouden. Deze voeg kan opgevuld worden met een niet gebonden voegvulling. Door deze natuurlijke voegbreedte, de niet gebonden samenstelling van de verharding en de losse kleinschalige elementen dienen er geen uitzettingsvoegen voorzien te worden.

Straatwerk met een gebonden voegvulling wordt wel voorzien van uitzettingsvoegen wanneer:

  • Totale oppervlakte > 35 m²
  • Lengte         > 5 m                donkere tinten blootgesteld aan de zon
  • Lengte > 6 m                lichte tinten blootgesteld aan de zon
  • Lengte > 8 m                donkere tinten niet blootgesteld aan de zon
  • Lengte > 10 m                lichte tinten niet blootgesteld aan de zon         

 

Ter hoogte van randaansluitingen voorziet men een randvoeg door het plaatsen van een vochtdichte, elastische bewegingsvoeg.

Uitzettings- en randvoegen lopen over de totale hoogte van de kleiklinker. De breedte bedraagt meetstal 4 à 10 mm. Esthetisch gezien kan deze best afgestemd worden op de aangenomen voegbreedte.

De uitzettingsvoegen worden gevuld met geëxpandeerd polystyreen (EPS) of een gelijkwaardig product of een samendrukbaar en onrotbaar materiaal (bv. zwelband) dat vervolgens over een hoogte van 3 cm dikte wordt afgewerkt met een elastische kit. Dit na degelijk schoonmaken van de voeg en eventueel aanbrengen van een hechtingsprimer. Men moet erop letten de randen van de kleiklinkers niet te bevlekken bij gebruik van sommige kitten.

Uitzettings-en randvoegen mogen ook worden uitgevoerd met speciaal hiervoor ontworpen profielen. Voor de uitvoering wordt verwezen naar de verwerkingsvoorschriften van de leverancier.

Voorbereiden van de ondergrond

Waar moet je op letten voor je start met bestraten?

 

Alle losse grond moet verwijderd worden om de werken te kunnen aanvatten op een vaste grond die voldoende waterdoorlatend is. Afhankelijk van de ondergrond dient een niet-geweven geotextiel te worden aangebracht om opstijging van fijn materiaal in de onderfundering te voorkomen. Zeker in geval van klei- of leemachtige grond is dit aangeraden.

 

Hoe een vlotte afwatering voorzien?

Een minimale helling van 1 à 2 % is aanbevolen. Het water moet steeds van het gebouw weglopen. Wanneer het water opgevangen wordt door een (sleuf)goot, dan dient deze minstens één maal per jaar grondig gereinigd te worden om een correcte afwatering in stand te houden

 

Is een onderfundering noodzakelijk?

Afhankelijk van de stabiliteit, kwaliteit en de dichtheid van de ondergrond wordt een onderfundering aangelegd. De uitgegraven dikte losse grond kan opgevuld worden met steenslag die verdicht wordt. Zo worden de eigenlijke funderingswerken aangevat op een stevige en waterdoorlatende onderfunderingslaag om latere verzakkingen te vermijden.

Een niet-geweven geotextiel voorkomt het opstijgen van fijn materiaal in de (onder)fundering.

Voorbereiding werf

Kwalitatief en mooi metselwerk nastreven, begint bij het opslaan van de aangevoerde stenen. De pakken worden geplaatst op een droge ondergrond, en beschermd tegen regen en opspattend vuil.

De gevelstenen worden vervaardigd uit de natuurlijke grondstof klei. Dit houdt in dat er tussen de opeenvolgende producties van eenzelfde steensoort kleur en maatverschillen mogelijk zijn.

Dit kan zo veel mogelijk vermeden worden dankzij volgende voorzorgsmaatregelen:

  • Een bestelling behelst de totale hoeveelheid nodig voor de betreffende werf. Zo kan deze voorbehouden worden uit éénzelfde productierun.
  • Bij afroep laat men meteen de totale hoeveelheid stenen leveren. Indien de levering toch in meerdere keren moet gebeuren, worden steeds een aantal pakken uit de vorige levering met een aantal pakken uit de nieuwe levering gemengd. Dit wordt ook sterk aangeraden in geval van een nabestelling.
  • De gevelstenen neemt men diagonaal van boven naar onder uit de pakken.
  • Gevelstenen uit minimum vijf verschillende pakken simultaan mengen en verwerken.
  • Voor het uitpassen met gevelstenen op de werf neemt men eenheden uit de levering effectief bestemd voor deze werf. Men mag hiervoor niet louter rekenen met de theoretische afmetingen van de betreffende gevelsteen, en ook geen stalen gebruiken van een andere dan de voor deze werf voorbehouden productierun.
  • Vóór aanvang van de metselwerken, controleert men de leveringen visueel om eventuele niet-conformiteiten op te merken.
  • Bij vriesweer niet metselen of het ‘verse’ metselwerk beschermen met isolerende matten, om vorstschade aan de mortel te voorkomen. 
  • Bij aanhoudend droog en warm weer bevochtigt men licht het ‘verse’ metselwerk om te vermijden dat de mortel te snel uitdroogt.
  • Bij neerslag niet metselen om uitspoelen van mortel op de gevel te vermijden.

Metselen met Brick 7

Kantelen van de baksteen

Het beste resultaat bekomt men door de Brick 7 eerst vooraan neer te leggen en dan nauwgezet naar de achterzijde van het gevelvlak toe te kantelen. Zo drukken we de mortel samen naar de binnenzijde van het spouwblad.

Aanbrengen legmortel en voegmortel

Bij het aanbrengen van de voegmortel ervoor zorgen dat de legmortel (bij een klassieke voeg) en de dun- of lijmmortel (bij een dunne voeg) voldoende over de breedte van de steen wordt aangebracht, minimaal 5 cm. Men dient er wel steeds op toe te zien dat achterzijde van het buitenspouwblad vrij is van mortelresten en deze indien nodig af te strijken. Dit om contactpunten met de isolatie of het binnenspouwblad te vermijden. Bij navoegen moet er voldoende ruimte zijn voor het aanbrengen van een stevige afwerkingsvoeg, ca. 2 cm.

Kopvoegen

Een dichte kopvoeg resulteert in een betere lucht- & vochtdichtheid van het buitenspouw blad. Hierdoor beperkt men dus ook de warmtedoorlaatbaarheid.

Bepalen van de optimale voegdikte bij dunne voeg

De ruwheid en onregelmatigheid van de stenen bepalen welke voegdikte het best kan aangehouden worden bij metselwerk met dunne voegen.
Daarom is het aan te raden om eerst een proefmuurtje op te stellen.
Via de opbouw van een proefmuurtje, bestaande uit een aantal steenlagen met verschillende voegdiktes (4 mm, 5 mm, 6 mm), kan men de strakheid van de gevel weergeven.
Het belangrijkste criterium is namelijk de vlakheid van de horizontale voeg (lintvoeg) en niet zozeer het beperken van de dikte van de voeg.

Reinigen van metselwerk

RESTEN VAN METSELMORTEL

Na verharding van de mortel verwijdert men eerst de grootste morteldelen met een borstel (geen staalborstel). Daarna de gevel reinigen met zuiver water, al dan niet onder hoge druk of een zachte borstel. Vermijd een puntstraal en bewaar voldoende afstand om aantasting van de oppervlaktetextuur en -kleur te vermijden.

Resterende vlekken kunnen eventueel verwijderd worden met een chemisch product geschikt voor het verwijderen van cementsluier. Vermijd steeds producten op basis van zoutzuur. Deze kunnen de kleur van de stenen en voegvulling aantasten. Vooraleer de gevelstenen met een chemisch product te behandelen, steeds een test doen op niet-verwerkte materialen of een beperkt niet-zichtbaar oppervlak en steeds na inwinnen van technisch advies van de leverancier. Het kan nodig zijn de behandelingen te herhalen om alle mortelresten te verwijderen.

Uitbloeiingen voorkomen

Baksteenmetselwerk wordt soms ontsierd door witte uitslag. Deze uitslag wordt veelal veroorzaakt doordat er gemetseld is onder ongunstige weersomstandigheden. Vaak worden vanwege een strakke planning en een hoog bouwtempo niet de noodzakelijke beschermende maatregelen getroffen. Onder zeer vochtige omstandigheden kunnen in water oplosbare stoffen aanleiding geven tot uitslag op het oppervlak. In zowel het voor- als najaar kunnen na een vochtige periode (als het metselwerk weer opdroogt) de oplosbare stoffen als gevolg van vochttransport naar het oppervlak komen. Na verdamping van het water blijft een witte uitslag achter. (Bron: Uitslag op baksteenmetselwerk - Heidelberg Cement Group)

Enige uitslag op metselwerk kan altijd optreden. Er bestaat tot op heden geen enkele gevelsteen die in combinatie met een bepaalde mortel en of voegspecie gegarandeerd uitbloeiingsvrij is.
Wel kan men bepaalde eenvoudige voorzorgsmaatregelen nemen  die het gevaar van uitbloeiingen minimaliseren (om sterke bevochtiging van vers metselwerk tegen te gaan):

  • tijdens de uitvoering het vers metselwerk over een hoogte van minstens 60 cm beschermen (wel ventilatie toelaten) 
  • voorlopige regenwaterafvoerbuizen plaatsen om te vermijden dat het metselwerk zeer vochtig wordt
  • niet metselen bij slagregen

 

Metselverbanden SEPTEM

Stapelverband is hier mogelijk met zowel traditionele (10 à 12 mm) als dunne voeg van 5-6 mm met sEptEm+ (extra maatvaste sEptEm).